1. Met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater wordt in het hemelwaterbergingsgebied geen hemelwater vanaf andere gebouwen dan nieuwe gebouwen in een openbaar riool geloosd, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden.
2. De hemelwaterberging wordt gerealiseerd binnen 6 maanden nadat het eerste lid op een perceel van toepassing is geworden.
3. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is 10 l per m2 verhard oppervlak op het perceel.
4. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze tussen 1 en 3 dagen weer voor 90% beschikbaar is, tenzij het opgevangen hemelwater bestemd is voor hergebruik.
5. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte.
6. De beheerder kan een ontheffing verlenen voor het afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen, voor zover het aanbrengen van de hemelwaterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 5
Verplichting tot waterberging bij bestaande bouw
Onderdeel van Verordening afvoer hemel- en grondwater 2023 (bb23.00818)