Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK X

Artikel 29

Artikel 29

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Lucrato

1.. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. Hij maakt na verkregen toestemming van de raad zijn voornemen tot uittreding bij aangetekende brief kenbaar aan het bestuur en aan de overige deelnemers. 2.. Het bestuur en de raden van de overige deelnemers worden in de gelegenheid gesteld om, binnen 8 weken nadat zij daaromtrent zijn geïnformeerd, omtrent de voorgenomen uittreding een zienswijze in te dienen. 3.. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. 4.. Uittreding uit de regeling vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar. 5.. Na ontvangst van de in het eerste lid vermelde brief wijst het bestuur in overleg met de uittredende deelnemer een onafhankelijke registeraccountant aan, aan wie de opdracht wordt verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van de regeling besloten. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in de regeling van de verplichtingen op grond van aangegane verbintenissen, de gevolgen van de uittreding voor de goederen (zaken en vermogensrechten), de personele gevolgen en de liquidatie van de bedrijfsvoeringsorganisatie als die wordt voortgezet. 6.. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het bestuur en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en dat noch de bedrijfsvoeringsorganisatie noch de overige deelnemers financieel nadeel van de uittreding ondervinden. 7.. Nadat het liquidatieplan is vastgesteld, dient de uittredende deelnemer binnen twaalf weken na de vaststelling te besluiten of hij uitvoering geeft aan zijn voornemen uit te treden. Is dat het geval dan is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden na de vaststelling van het liquidatieplan de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie te voldoen. Indien de uittredende deelnemer besluit geen uitvoering te geven aan zijn voornemen uit te treden dan dient hij het bestuur en de overige deelnemers daarover zo spoedig mogelijk schriftelijk te informeren. 8.. De kosten van het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden. Dit geldt ook als de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden, besluit geen uitvoering te geven aan dat voornemen.

Rechtspraak bij dit artikel