Dit artikel regelt het toekennen van nummers aan objecten door het college. Hier is niet voor de term ‘huisnummer’ gekozen omdat bij een ligplaats, standplaats of een bedrijfspand niet kan worden gesproken van het nummeren van een huis.
De algemene regel is dat één object één nummer heeft. Het kan noodzakelijk zijn om meer nummeringen te gebruiken voor bijvoorbeeld een leveranciersingang of personeelsingang.
In dat geval worden er nevennummers toegekend. Voor de administratie geldt het “hoofdadres” als het adres van het object. De nevenadressen hebben alleen een functie voor het maatschappelijk verkeer. De nevennummers worden wel in nummerbeschikkingen neergelegd. Aan nevennummers mogen geen vergunningen, inschrijvingen of andere (juridisch) relevante gegevens worden gerelateerd. Een nevennummer wordt hiertoe als zodanig kenbaar geregistreerd.
De in het eerste lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot nummertoekenning bij het college kunnen indienen. Ook deze aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook opnieuw in ieder geval hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten).
In het tweede lid is vastgelegd dat een object een door het college toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Daarmee wordt het college de mogelijkheid geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers aan objecten. Met het oog op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de nummers die door het college zijn toegekend ook ter plaatse terug zijn te vinden. Het ligt niet voor de hand dat een gemeente de kosten die gepaard gaan met de uitwerking van dit artikel, bij de eigenaar van het desbetreffende object in de vorm van leges in rekening brengt. Er is immers niet duidelijk sprake van een individueel belang.
Het derde lid bepaalt dat onder toekennen, zoals vervat in het eerste lid, tevens wijzigen en intrekken moet worden verstaan. Naar de huidige opvattingen impliceert toekennen dat men ook kan wijzigen en intrekken. Desondanks is dat bij de behandeling van beroep- en bezwaarschriften vaak een punt van discussie. Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken een afzonderlijk lid op te nemen.
Bij lid vier wordt bij het gebruik van de bevoegdheid tot huisnummering door het college rekening gehouden met de belangen van bewoners en bedrijven. Wijziging van huisnummer en/of straatnaam treft hun belang, terwijl zij niet de veroorzaker zijn.
Bij aantoonbaar gemaakte kosten voor hernummering en/of wijziging straatnaam zal het college op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek een tegemoetkoming in de kosten geven.
Bij de hoogte van de tegemoetkoming wordt rekening gehouden met onder andere het maatschappelijk risico dat een belanghebbende is toe te rekenen, de mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van genoemde kosten en verhaalsmogelijkheden bij het rijk.