**1.** De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, voor de daartoe in het vergunningengebied aangewezen parkeerplaatsen, bedraagt, voor een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden:
voor een bewonersvergunning of een bezoekervergunning in gebied I en II, genoemd in bijlage 1a van de Parkeerverordening € 30,00
voor een bedrijfsvergunning in gebied I en II, genoemd in bijlage 1a van de
Parkeerverordening € 120,00
voor een vergunning in gebied III en IV, genoemd in bijlagen 1 en 1b van de
Parkeerverordening € 12,80
**2.** De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, voor het gebruik van een parkeerapparatuurplaats voor 1 jaar onder het winkelcentrum Ridderhof, voor het parkeren vanaf maandag 9.00 uur tot en met zaterdag 18.00 uur (en ’s nachts als de garage gesloten is), bedraagt per jaar € 170,00
**3.** Onder een maand, als bedoeld in het eerste en het tweede lid moet worden verstaan: een aaneengesloten periode, gelijk aan het aantal dagen binnen een kalendermaand, uitgaande van de datum van ingang.
**4.** Burgemeester en wethouders kunnen een maximum stellen aan het aantal uit te geven abonnementen.
Artikel 9 Ontheffing en heffing naar tijdsgelang
Voor de belasting, bedoeld in artikel 8, het eerste en het tweede lid kan op schriftelijk verzoek van de houder ontheffing worden verleend. De ontheffing wordt berekend over zoveel twaalfde deel, gelijk aan het aantal kalendermaanden ingaande de 15e dag van de maand, dat de vergunning nog zijn geldigheid heeft, nadat het verzoek is ingekomen. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde deel van het jaar, ingaande de 15e van de maand, dat er nog kalendermaanden overblijven.
Artikel 10 Wijze van heffing en termijnen van betaling
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren op de wijze zoals op de desbetreffende parkeerapparatuur is aangegeven, danwel middels een zogenaamde persoonlijk “in-voertuig” parkeermeter welke in werking is gesteld met een door/of namens de gemeente verstrekte smartcard.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, in combinatie met artikel 8, onderdeel 2, wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving en moet worden betaald op het tijdstip waarop het abonnement wordt verleend.
Een naheffingsaanslag moet direct worden betaald.