Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 11.

Regels voor persoonsgebonden budget (PGB)

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Midden-Delfland 2024

1.. Het college verstrekt een PGB in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de Wmo 2015 en artikel 8.1.1 van de Jeugdwet. 2.. De termijn waarvoor de kosten voorafgaand aan de aanvraag met terugwerkende kracht kunnen worden vergoed is afhankelijk van de periode waarin de noodzakelijkheid van de ondersteuning vastgesteld kan worden. De cliënt die een PGB wenst, motiveert schriftelijk in een plan: hoe de cliënt zelf of met hulp van iemand uit het sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan een PGB verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren; wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB te ontvangen; welke voorziening de cliënt met het PGB zou willen inkopen en bij welke uitvoerder; op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het PGB wordt verstrekt; de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief. 3.. Het PGB mag niet worden besteed aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een PGB-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een PGB; kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; reiskosten, in welke vorm dan ook. 4.. Een PGB bevat geen vrij besteedbaar deel. 5.. Een PGB is alleen mogelijk als naar het oordeel van het college: er geen wettelijke weigeringsgrond van toepassing is; de ondersteuning die de cliënt met het PGB wenst in te kopen naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het verslag opgenomen beoogde resultaat; de kwaliteit van de met het PGB ingekochte ondersteuning minimaal voldoet aan de eisen die de gemeente stelt aan de gecontracteerde zorgaanbieders die vergelijkbare ondersteuning leveren. Deze kwaliteitseisen staan beschreven in het aanbestedingsdocument zoals gepubliceerd op de gemeentelijke website. Een zorgaanbieder die hier niet aan voldoet wordt gezien als informele zorgaanbieder waarbij het informele tarief wordt toegepast; als er geen sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie; 6.. in problematische schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; twijfels op overige gronden over de PGB-vaardigheid; gebleken overbelasting. 7.. Tevens wordt de vertegenwoordiger alleen in staat geacht de aan het PGB verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien: hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het PGB wordt ingekocht of geen financiële relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij dit gezien de situatie van de cliënt of jeugdige, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het PGB is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden; er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd. 8.. Het college verlangt van de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger een schriftelijke machtiging teneinde het beheer van het PGB op verantwoorde wijze uit te voeren. 9.. De cliënt die in aanmerking komt voor een PGB, kan alleen diensten en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk indien dat aantoonbaar tot betere en efficiënte ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. 10.. Bij de beoordeling of sprake is van hulp die het sociale netwerk zonder betaling kan bieden en of bij wijze van uitzondering de inzet van het sociale netwerk met een PGB betaald kan worden, spelen in elk geval de volgende aspecten een rol: het type hulp dat wordt geleverd; de frequentie van de hulp; een tijdelijke hulpvraag of hulp over een lange periode; de mate van verplichting (kan degene die de hulp levert een keer overslaan als hij/zij ziek is of op vakantie wil, of is dit niet mogelijk?); kwaliteit van de ondersteuning zit in de nabijheid van ondersteuner; PGB leidt tot een betere en effectievere ondersteuning die aantoonbaar doelmatig is; als volgens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is, moet de persoon uit het netwerk die kwalificatie minimaal hebben; de persoon uit het netwerk moet aangeven dat de zorg voor hem niet tot overbelasting leidt. 11.. Het college kan via een onafhankelijke en daartoe deskundige derde laten toetsen of de persoon of organisatie verantwoorde dienstverlening kan leveren. De aanvraag voor een PGB kan worden geweigerd indien dit advies uitwijst dat de kwaliteit van de dienstverlening niet of onvoldoende gewaarborgd is. 12.. De hoogte van een PGB: Wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld budgetplan over hoe deze het PGB gaat besteden, en; wordt bepaald aan de hand van de kostprijs van de vergelijkbare ingekochte voorziening in natura, specifiek: Voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen, roerende woonvoorzieningen en woningaanpassingen: Op basis van de kostprijs van de voorziening die de cliënt zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt door een gecontracteerde leverancier en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten. Wanneer de voorziening niet kan worden geleverd door de gecontracteerde leveranciers, wordt de hoogte van het PGB bepaald op basis van het bedrag van de goedkoopste door de gemeente geaccepteerde offerte. Voor formele hulp: Op basis van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. Voor informele hulp bij ondersteuning en regie bij huishouden: De hoogte van het uurloon is op basis van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Voor informele hulp bij begeleiding: De hoogte van een PBG is op basis van het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Voor vervoer: De hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer is per rit gelijk aan het in het de regio voor het reguliere openbaar vervoer geldende basistarief plus het kilometertarief vermenigvuldigd met het aantal gereisde kilometers. Indien het op basis van lid b sub ii en iii vastgestelde PGB in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. en; bedraagt nooit meer dan de kostprijs van de in betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 13.. Het college kan jaarlijks per 1 januari de geldende bedragen genoemd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp indexeren conform de voorwaarden uit lid 12 van dit artikel en legt dit vast in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. 14.. Er bestaat geen recht op PGB voor zover het is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier vooraf expliciet toestemming voor verleent. Het college kan hierover nadere regels stellen. 15.. Een PGB kan geïndiceerd worden op basis van een budget voor formele en informele ondersteuning. Voor beide vormen van PGB zal er middels het budgetplan beoordeeld worden of de resultaten behaald kunnen worden en de kwaliteit van de ondersteuning geborgd is. 16.. Het voor de cliënt geldende maximale tarief per uur, dagdeel of etmaal zoals wordt vastgesteld op de dag van de toekenning en blijft gedurende de looptijd van de toekenning ongewijzigd. 17.. Een PGB dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Het PGB voor woningaanpassingen moet binnen 15 maanden na toekenning zijn aangewend voor de bekostiging van het doel waarvoor het PGB is verleend en voldoen aan het programma van eisen van de woningaanpassing. 18.. De prijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening wordt bepaald: door het opvragen van in totaal drie offertes door de cliënt en de gemeente, of; na consultatie in de markt door het college, of; in overleg met de aanbieder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel