Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 13.

Bijdrage in de kosten

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Midden-Delfland 2024

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel in PGB, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het PGB wordt verstrekt. 2.. De hoogte van de bijdrage is in overeenstemming met hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De hoogte van de eigen bijdrage kan jaarlijks veranderen door indexatie of landelijke afspraken, de gemeente volgt hierin het CAK. Voor het bepalen van de kostprijs wordt rekening gehouden met de gangbare afschrijvingstermijn zoals die geldt voor het betreffende product. 3.. Het college kan in de nadere regels bepalen: dat de bijdrage voor voorzieningen overeenkomstig wordt verlaagd. voor welke groep cliënten een korting op de bijdrage van toepassing is, en welke factoren een rol spelen bij het bepalen van de hoogte van de eigen bijdrage. 4.. In afwijking van het eerste lid kan de verschuldigde bijdrage kwijt gescholden worden voor de cliënt die een inkomen heeft van minder dan 120% van de bijstandsnorm. 5.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: Respijtzorg kortdurend verblijf. (Sport) rolstoelen. De realisatie van een maatwerkvoorziening in een woongebouw waar van de woning van een cliënt onderdeel uitmaakt, en voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw. 6.. Ook is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende bij verordening aangewezen algemene voorzieningen: Inloopvoorziening GGZ Maatschappelijk werk Ontmoetingscentra bij 6 dagdelen of minder 7.. Indien een Wmo-vervoerspas voor de regiotaxi wordt toegekend, kan de client maximaal 1500 kilometers per jaar reizen tegen een gereduceerd tarief. Indien andere vervoersvoorzieningen zijn toegekend, zoals een scootmobiel, aangepaste fiets en elektrische buitenrolstoel, wordt maximaal 750 kilometer toegekend. Geïndiceerde mag met een gereduceerd tarief reizen. Voor gebruik van de regiotaxi is de cliënt per kilometer een ritbijdrage verschuldigd. 8.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom); PGB is gelijk aan de hoogte van het PGB; de hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, woningaanpassing, de in lid 7 genoemde maatwerkvoorziening voor vervoer of deze verordening genoemde algemene voorzieningen, overstijgt niet de kostprijs van de voorziening; maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt; algemene voorziening is gelijk aan de kosten die het college voor de betreffende voorziening per cliënt maakt. 9.. Voor maatwerkvoorzieningen in het kader van de Jeugdwet wordt geen eigen bijdrage opgelegd tenzij een maatwerkvoorziening of PGB wordt verstrekt vanuit de Wmo ten behoeve van een woningaanpassing of auto aanpassing voor een minderjarige cliënt. Dan is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders en; degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 10.. De bijdrage voor de (maatschappelijke) opvang wordt door de betreffende zorgaanbieder van maatschappelijke opvang vastgesteld en geïnd. 11.. Een inwoner is een bijdrage verschuldigd voor gebruik van de algemene voorziening “basisvoorziening hulp bij het huishouden”, ter hoogte van € 5,- per uur. 12.. Een inwoner is voor de algemene voorziening was- en strijkservice een bijdrage verschuldigd van € 5,00 per wasbeurt en € 1,00 per kledingstuk voor het strijken. 13.. Een inwoner is voor de algemene voorziening nachtopvang een bijdrage verschuldigd van € 6,00 per nacht. 14.. De bijdragen als bedoeld in lid 11 tot en met 13 worden geïnd door de organisatie die de algemene voorziening levert. 15.. Voor bepaalde doelgroepen kan het college nadere regels stellen voor de bijdrage voor een algemene voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel