Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 19

De begroting

Onderdeel van Wijziging gemeenschappelijke regeling Het Gegevenshuis

1.. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de ontwerpbegroting geldt, aan de colleges en raden c.q. het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur van het waterschap voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden ter definitieve vaststelling. 2.. De ontwerpbegroting wordt door de colleges c.q. het dagelijks bestuur van het waterschap voor een ieder ter inzake gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. 3.. De raden c.q. het algemeen bestuur van het waterschap kunnen binnen twaalf weken bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. 4.. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeente c.q. het algemeen bestuur van het waterschap voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5.. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 6.. Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 67, tweede lid, van de Wet genoemde datum, zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten en zo nodig aan de raden van de gemeenten onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap. 7.. Het bepaalde in het eerste, derde, vierde en zesde lid van dit artikel is, met uitzondering van de in het derde en zesde lid genoemde termijn, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel