Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8

Artikel 30

Uittreding of substantiële vermindering van de afname van producten en diensten

Onderdeel van Wijziging gemeenschappelijke regeling Het Gegevenshuis

1.. Een deelnemer kan besluiten tot uittreding uit de Regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de wet. 2.. Een deelnemer zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 3.. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4.. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichting is bindend. 5.. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichting aan de regeling te voldoen. 6.. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing bij een besluit tot substantiële verlaging van de afname van producten en diensten. Van een substantiële verlaging van afname is sprake indien deze verlaging leidt tot een hogere productprijs voor de deelnemers als gevolg van volume-afname, boventallig personeel of lopende verplichtingen.

Rechtspraak bij dit artikel