Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 12

Inhoud programma

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2011

De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op het jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan worden gemaakt, komen, voor zover burgemeester en wethouders hebben vastgesteld dat geen van de in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs opgenomen weigeringsgronden van toepassing zijn, in aanmerking voor plaatsing op het programma. Daarbij passen burgemeester en wethouders de regels toe met betrekking tot: de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I; de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II; de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als bedoeld in bijlage III. Van de voor plaatsing op het programma in aanmerking komende voorzieningen nemen burgemeester en wethouders, aan de hand van de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V, uitsluitend voorzieningen op in het programma voor zover het bedrag of de deelbedragen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, toereikend zijn. Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10, kunnen burgemeester en wethouders de raad verzoeken bij de vaststelling van het programma af te mogen wijken van de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V. Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen worden, voor zover van toepassing, door burgemeester en wethouders aangegeven: het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV, deel A voor de betreffende voorziening beschikbaar wordt gesteld; het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin; de voorwaarden betreffende ingebruikneming of buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel