De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt,
indien niet door de aanvrager vóór 1 oktober van het
jaar volgend op de vaststelling van het programma een
bouwopdracht heeft verleend, dan wel een koop-, huur- of
erfpachtovereenkomst heeft gesloten en een afschrift
hiervan niet voor 15 oktober daaropvolgend aan
burgemeester en wethouders is gezonden. De in de eerste
volzin bedoelde bouwopdracht is onherroepelijk en
vermeldt de aanvangsdatum van het werk en de termijn,
uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, waarbinnen het
werk wordt opgeleverd. De in de eerste volzin bedoelde
overeenkomsten zijn onherroepelijk. Een huur- of
erfpachtovereenkomst vermeldt de datum van
inwerkingtreding, alsmede de duur van de overeenkomst.
Een koopovereenkomst vermeldt de datum van aankoop.
De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste
lid veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die
niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen en de
aanvrager voor 1 september een schriftelijk gemotiveerd
verzoek tot verlenging van de termijn, als bedoeld in
het eerste lid, bij burgemeester en wethouders heeft
ingediend.
Burgemeester en wethouders beslissen voor 15 september
op het verzoek tot verlenging van de termijn. Indien het
verzoek wordt ingewilligd, wordt in het besluit
aangegeven tot welke datum de termijn als bedoeld in het
eerste lid wordt verlengd.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 18
Vervallen aanspraak op bekostiging
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2011