Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of een
school voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks
voor 1 april voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave
van de voor dat schooljaar voor de school gewenste
onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de
volgende gegevens:
de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt in een
aantal klokuren;
de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten waarin het
gebruik wordt gewenst;
de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een schoolweek
wordt gewenst.
De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een
gymnastiekruimte als bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd
als een aanvraag in de zin van artikel 19, met dien verstande
dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde
in dit artikel van toepassing is.
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks voor 1 juni
voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de
ingediende opgaven een voorstel tot inroostering vast van het
onderwijsgebruik door scholen voor basisonderwijs en
(voortgezet) speciaal onderwijs van de op het grondgebied van de
gemeente gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste
onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de
gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit
van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte.
Burgemeester en wethouders nemen bij de vaststelling van het
voorstel tot inroostering het volgende in acht:
de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik
van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen in bijlage I, deel
B;
het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte wordt
voor de betreffende school het eerste ingeroosterd voor die
gymnastiekruimte;
het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk
ingeroosterd in één gymnastiekruimte.
Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs de volgende
gegevens:
het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een
gymnastiekruimte;
de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden
gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;
een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
gymnastiekruimte plaatsvindt;
voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal
klokuren dat ingevolge de beleidsregel bekostiging
gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
onderwijs voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt,
wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het
bevoegd gezag van de school.
Burgemeester en wethouders nemen het aantal klokuren als bedoeld in dit
lid onder d slechts op in het voorstel tot inroostering voor zover
daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met
het totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de gemeente in
aanmerking komt.
Het voorstel tot inroostering wordt door burgemeester en
wethouders binnen twee weken na vaststelling toegezonden aan de
bevoegde gezagsorganen voor basisonderwijs en (voortgezet)
speciaal onderwijs. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij
uitgenodigd voor een overleg over het voorstel. Dit overleg
vindt plaats binnen twee weken na toezending van het voorstel.
In het overleg worden de vertegenwoordigers van de bevoegde
gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren op het
voorstel tot inroostering.
Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen
stellen burgemeester en wethouders voor 15 juli volgend op de
genoemde datum in het derde lid, de definitieve inroostering
vast van het gebruik van de gymnastiekruimte voor het volgende
schooljaar. Indien burgemeester en wethouders daarbij afwijken
van een of meer in het overleg als bedoeld in het zesde lid naar
voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.
Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen
de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke
mededeling van burgemeester en wethouders over de inroostering
in de beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd
gezag staande school of scholen voor het volgende schooljaar.
Deze mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin
van artikel 22 en, indien van toepassing, een beslissing in de
zin van artikel 32, vierde lid.
HOOFDSTUK 7
Artikel 38
Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2011