1. Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking. De aanwijzing is geldig tot 1 januari 2026. Daarna wordt opnieuw bezien of voortzetting van het cameratoezicht nodig is.
2. Tijdens de looptijd van deze aanwijzing vinden tussentijdse evaluaties plaats van de inzet van het cameratoezicht. De burgemeester moet hierover worden gerapporteerd. Uit de evaluatie moet blijken of de inzet van de camera, met het oog op het bepaalde in artikel 151c, lid 9 van de Gemeentewet, nog noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde.