Een cliënt komt in aanmerking voor de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wanneer de cliënt verminderd of niet zelfredzaam is. De cliënt heeft geen mogelijkheden om op eigen kracht of met behulp van huisgenoten (gebruikelijke hulp), mantelzorg, het sociaal netwerk of algemene voorzieningen huishoudelijke ondersteuning, een schoon en leefbaar huis te realiseren, en
De algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning voorziet in een maximum aan huishoudelijke ondersteuning van 180 minuten per week. Is er meer ondersteuning nodig dan is er sprake van een aanvulling met een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Daarbij geldt wel dat het gebruik van algemeen gebruikelijke voorzieningen huishoudelijke ondersteuning ook voor cliënten met een minimuminkomen passend moet zijn.
Om te kunnen bepalen of de algemene voorzienig niet toereikend is en daarmee de maatwerkvoorziening is geïndiceerd maakt het college gebruik van een indicatiestelling die onafhankelijke en objectief is ingericht.
Voor de normering van de maatwerkvoorziening, maakt het college gebruik van het HHM/KPMG-normenkader. Dat normenkader gaat uit van de volgende resultaatgebieden en geeft aan hoe de omschreven resultaten bereikt kunnen worden:
een schoon en leefbaar huis: het resultaat van de ondersteuning op dit resultaatgebied is dat de cliënt beschikt over een schoon en leefbaar huis. Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. ‘Schoon’ staat voor een situatie waarin basis hygiëne geborgd is en waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. De cliënt moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapkamer(s), de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. De genoemde ruimtes moeten regelmatig schoongemaakt worden. Een schoon huis betekent niet dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis regelmatig (periodiek) wordt schoongemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren. Het schoonmaken van de buitenruimte van het huis (ramen, tuin, balkon, garage of schuur etc.) maken geen onderdeel uit van de huishoudelijke ondersteuning. Wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de module ‘schoon en leefbaar huis’, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden.
wasverzorging: het resultaat van de ondersteuning op dit resultaatgebied is dat de betrokkene beschikt over, met wasmiddel, gewassen schone kleding en linnengoed.
boodschappen doen: het resultaat hiervan is dat de betrokkene ondersteund is bij het doen van boodschappen en daardoor beschikt over voldoende (levens) middelen in het huishouden.
maaltijdondersteuning: het resultaat hiervan is dat de betrokkene ondersteund is bij de verzorging van de broodmaaltijd, het zetten van koffie en thee en het opwarmen van de warme maaltijd.
regie/organisatie van het huishouden: het resultaat hiervan is dat de betrokkene dusdanig wordt ondersteund dat hij/zij binnen een bepaalde vastgestelde termijn weer zelf (gedeeltelijk) in staat is om het huishouden te plannen en uit te voeren. Dit resultaatgebied wordt ingezet als de betrokkene niet meer tot zelfregie en planning over huishoudelijke taken in staat is.
kindzorg: het resultaat hiervan is dat de kinderen verzorgd zijn. De verzorging omvat het wassen, douchen, aankleden, verschonen van luiers en het voeden van het kind. Het passen op de kinderen valt niet onder dit resultaatgebied. Het college ondersteunt alleen als de ouders door acuut ontstane problemen een oplossing nodig hebben voor kinderen tot en met de leeftijd van 5 jaar; de ondersteuning is altijd tijdelijk (indicatie wordt voor maximaal drie maanden afgegeven).
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.2
Maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Pekela 2024