Naar hoofdinhoud

Afdeling II › Hoofdstuk 4

Artikel 4.8

Randvoorwaarden voor woonvoorzieningen

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Loon op Zand

De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de persoon met beperkingen niet verhuist of verhuisd is naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van levensfase, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; De persoon met beperkingen verhuist naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden De persoon met beperkingen verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg. De persoon met beperkingen onvoldoende meewerkt aan de goedkoopst adequate oplossing, waaronder het verhuizen naar een adequate woning.

Rechtspraak bij dit artikel