Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening naamgeving en nummering adressen 2006

In deze verordening wordt verstaan onder: Adres: een benaming, bestaande uit een combinatie van woonplaatsnaam, naam openbare ruimte en nummeraanduiding, die door het bevoegde gemeentebestuur is toegekend aan een als zodanig aangewezen adresseerbaar object (i.c. een verblijfsobject). Afgebakend terrein: een terrein met afsluitbare toegang, waarop zich geen bouw­wer­ken bevinden. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal ander materiaal, die op de plaats van bestem­ming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren. College: het college van burgemeester en wethouders. Complex: een afgebakend samengesteld geheel van gebouwen en bouwwerken. (industrie­complex, kazernecomplex, agrarisch complex, jachthavencomplex, etc.). Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdek­te, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Ligplaats: een deel van het openbare water dat is bestemd voor het permanent af­meren van een (woon)schip of een woon­ark. Nummer: een nummer dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter of cijfer, of ­combi­na­tie van letters en cijfers. Openbare ruimte: alle voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande we­gen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen, bruggen, viaducten, knooppunten of daarmee vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begre­pen alle bouwwerken die daar deel van uitmaken. Pand: de kleinste, bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig constructief zelfstandige eenheid, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht de beschik­king heeft over een onroerende zaak, alsmede de beheerder. Regelingen: de door de het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieubeheer vastgestelde regelingen:- regeling basis gebouwen registratie (BRG);- regeling basis adressenregistratie (BRA);- objectenhankboek Basis Gebouwen Registratie (BGR). Standplaats: een kavel, die is bestemd voor het plaatsen van een woon­wagen, waar­op (nuts)voorzienin­gen aanwezig zijn. Uitvoeringsvoorschriften: door het College van Burgemeester en Wethouders op te stellen bepalingen van technische en administratie­ve aard. Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige- of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik, die onsloten wordt via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte en die onderwerp kan zijn van rechtshandelingen. Woonplaats: een door het gemeentebestuur als zodanig aangewezen gedeelte van het gemeentelijk grondgebied.

Rechtspraak bij dit artikel