Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Procedure vergunningverlening dag- en seizoenstandplaatsen

Onderdeel van Nadere regel artikel 5:13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, gemeente Utrecht, standplaatsen

1.. De verlening van de vergunning(en) vindt plaats via het doorlopen van twee fasen: Fase 1: toetsing aan indieningsvereisten in artikel 9. Fase 2: een vergelijkende inhoudelijke toets indien nodig. 2.. Fase 1 Het college beoordeelt op volgorde van kavels zoals opgenomen in het aanwijzingsbesluit alle ingediende complete aanvragen die voldoen aan hetgeen is bepaald in en krachtens artikel 9 en waarop geen weigeringsgronden van toepassing zijn. Als binnen de termijn als bedoeld in artikel 7 lid 1, voor een kavel één aanvraag is ingediend, blijft de vergelijkende toets achterwege en wordt de kavel vergund aan de desbetreffende aanvrager. Als binnen de termijn bedoeld in artikel 7 lid 1 meer dan één aanvraag voor dezelfde kavel is ingediend wordt een vergelijkende toets uitgevoerd. 3.. Fase 2 De volgorde van kavels zoals opgenomen in het aanwijzingsbesluit is leidend voor de beoordeling van een aanvraag. De ingediende aanvragen worden in de inhoudelijke toets beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria uit artikel 12. De aanvraag met de hoogste score op basis van deze selectiecriteria krijgt de vergunning. Als er na beoordeling een exact gelijke score is bij meerdere aanvragen, dan tellen de punten voor het criteria binding met de wijk dubbel. Is de score dan nog steeds gelijk, dan wordt er geloot onder toezicht van notaris of de voorzitter van de beoordelingscommissie. Binnen een cluster geldt dat een hoofdproduct dat reeds is vergund niet meer in aanmerking komt voor een volgende vergunning binnen dat cluster. 4.. Kavels die niet vergund zijn in de eerste ronde worden voor de nieuwe ronde weer opengezet. Als een seizoenstandplaats niet voor gehele tijd wordt ingenomen dan worden de resterende maanden voor de nieuwe ronde weer opengezet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel