Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Belastingtarieven

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2011

De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt                                  € 196,32; Indien het perceel in hoofdzaak tot woning dient en op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon, bedraagt de belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, € 98,16 De belasting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt bij een aantal kubieke meters water van: a 10.000 m³ water of minder € 196,32 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan; b Meer dan 10.000 m³ water, doch minder dan 25.000 m³ € 7.852,80 (40 x het basistarief) vermeerderd met € 49,08 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan boven 10.000 m³; c 25.000 m³ water of meer, doch minder dan 50.000 m³ € 10.797,60 (55 x het basistarief) vermeerderd met € 24,54 voor elke 250 m³ of gedeelte daarvan boven 25.000 m³; d 50.000 m³ of meer € 13.251,60 (67,5 x het basistarief) vermeerderd met € 4,91 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan boven 50.000 m³. Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde bedragen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel