De medewerkingsplicht gericht op arbeidsinschakeling en arbeidstoeleiding is een breed geldende plicht voor cliënt om zich, in alle vormen van contact en gevraagde handelingen, actief in te spannen om het college daarin te volgen. Cliënt moet zich realiseren dat deze alles in het werk moet stellen om te komen tot de inschakeling in werk en in de stappen op weg naar die arbeidsinschakeling. De schendingen van de medewerkingsplicht gericht op arbeidsinschakeling en arbeidstoeleiding op grond van deze verordening zijn:
Het geen gehoor geven aan een oproep om in persoon te verschijnen met enig doel dat verband houdt met de arbeidsinschakeling en/of arbeidstoeleiding, hieronder worden ook verstaan gesprekken van organisatorische aard. Het gaat hier niet om gesprekken die tot doel hebben de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling te onderzoeken, deze gedraging behoort tot de geüniformeerde verplichtingen waarop wordt afgestemd. Deze gedraging valt onder categorie D;
Het gedurende gesprekken in relatie tot de arbeidsinschakeling en/of arbeidstoeleiding geen of slechts beperkt antwoord geven op vragen of het gesprek voortijdig zonder toestemming van het college onderbreken of het gesprek en de voortgang daarvan op enige wijze belemmeren. Deze gedraging valt onder categorie D;
Het niet of onvolledig medewerking verlenen aan de afname van een taaltoets zoals bedoeld in artikel 18b van de Participatiewet. Deze gedraging valt onder categorie E;
Het onvoldoende medewerking verlenen aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak of trajectplan, tenzij de uitsluitingsgrond van artikel 13 lid 2 onder d van de Pw van toepassing is. Deze gedraging valt onder categorie D.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 10.
Medewerkingsplicht
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gouda 2024