De verplichting tot het leveren van een tegenprestatie wordt door het college nader ingevuld en afgestemd op de mogelijkheden van cliënt. De verplichting bestaat uit het verrichten van door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden. De schending van de plicht tot tegenprestatie op grond van deze verordening bestaat uit het niet naar vermogen verrichten van door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden. Hieronder wordt verstaan het doen en/of laten van cliënt dat de uitvoering van de tegenprestatie in welke vorm dan ook belemmert of beperkt. De gedraging valt onder categorie D.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 12.
Schending plicht tegenprestatie
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gouda 2024