Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 14.

Betonen tekortschietend besef

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gouda 2024

Het betonen van een tekortschietend besef ten aanzien van de voorziening in het bestaan, betekent dat cliënt dingen doet of laat, waardoor een beroep op bijstand geheel of gedeeltelijk kan worden of had kunnen worden voorkomen. Onder het betonen van een tekortschietend besef wordt verstaan: Het niet of onvoldoende solliciteren in de periode voorafgaand aan het beroep op bijstand. Deze gedraging valt onder categorie D; Het niet of onvoldoende werken aan belemmeringen die de inschakeling in arbeid beperken in de periode voorafgaand aan het beroep op bijstand. Deze gedraging valt onder categorie C; Het weigeren van algemeen geaccepteerde arbeid in de periode voorafgaand aan het beroep op bijstand. Deze gedraging valt onder categorie D; Het door eigen toedoen niet behouden van arbeid in de periode voorafgaand aan het beroep op bijstand, waaronder mede wordt verstaan het sluiten van een vaststellingsovereenkomst tenzij deze het recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of een andere publieke werknemersverzekering niet heeft beperkt of voorkomen. Deze gedraging valt onder categorie D; Het door eigen toedoen niet verkrijgen of behouden van een recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet of een andere publieke werknemersverzekering met een beroep op bijstand tot gevolg. Deze gedraging valt onder categorie D.

Rechtspraak bij dit artikel