Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 1.2

Artikel 3.

Dringende redenen

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gouda 2024

1.. Het college beoordeelt de door cliënt aangevoerde bijzondere omstandigheden op de aanwezigheid van dringende redenen om de maatregel te matigen. 2.. Dringende redenen worden aanwezig geacht als een combinatie van factoren ertoe leidt dat de toepassing van de maatregel het onomkeerbare gevolg heeft dat: cliënt de lasten van het aanhouden van de woning niet meer kan betalen en als gevolg daarvan een huisuitzetting zal plaatsvinden; cliënt bestaande schulden heeft die door deze maatregel oplopen en de kans op aanpak van deze schulden teniet doet. 3.. De omvang van de maatregel wordt in geval van dringende redenen afgestemd op de mogelijkheid om middelen te verwerven, reeds aanwezige middelen en de mogelijkheid van cliënt om het gemis aan uitkering op te vangen. Alle middelen van cliënt tellen hierbij mee.

Rechtspraak bij dit artikel