Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 1.3

Artikel 7.

Beoordeling weigering uitkering door college

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gouda 2024

1.. Het college beoordeelt op grond van de IOAW/IOAZ en deze verordening een gedraging die tot weigering van de uitkering kan komen. 2.. De beoordeling bestaat uit de volgende toetsingsvragen: Is er sprake van ontslag om dringende redenen die aan cliënt te wijten zijn: Heeft cliënt zelf ontslag genomen en was dit redelijkerwijs te voorkomen geweest door doen of laten van cliënt; Heeft cliënt nagelaten algemeen geaccepteerde arbeid te accepteren; Heeft cliënt door doen of laten geen algemeen geaccepteerde arbeid verkregen; Ontbreekt elke vorm van verwijtbaarheid in het doen en laten dat tot de gedraging heeft geleid. 3.. Een weigering wordt niet opgelegd als er alleen sprake is van het niet bestrijden van het ontslag of het ermee instemmen door cliënt. 4.. Het college gaat met cliënt in gesprek voordat de maatregel wordt opgelegd, tijdens het gesprek wordt met cliënt besproken waarom de maatregel wordt toegepast. Dit gesprek hoeft niet plaats te vinden als cliënt niet op de afspraak voor dit gesprek komt.

Rechtspraak bij dit artikel