Onverminderd het bepaalde in artikel 6 kunnen burgemeester en wethouders de ligplaatsvergunning intrekken indien:
de gegevens in de vergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;
het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente, of het landschap verstoort;
het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen van veiligheid en gezondheid;
op de ligplaats voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn vermeld op de vergunning;
het woonschip zonder toestemming van burgemeester en wethouders gedurende een periodelanger dan 12 aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft.
Artikel 20
Intrekking ligplaatsvergunning
Onderdeel van Verordening Kraaijenbergse Plassen en Heeswijkse Plas 2024