Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Voorwaarden: niet-agrarische functies

Onderdeel van Interimbeleid voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing en Stoppende Agrarische Inrichtingen

Voor stoppende agrarische bedrijven, waarvan het initiatief een niet-agrarische functie betreft, gelden de volgende voorwaarden; Er wordt voldaan aan alle voorwaarden uit artikel 3; Er dient sprake te zijn van een (voormalig) agrarisch bedrijf waarvan de agrarische bedrijfsfunctie verandert in een (niet agrarische) bedrijfsfunctie; Nieuwvestiging in de vorm van een nieuw bouwvlak dan wel uitbreiding van het bouwvlak in het buitengebied is niet mogelijk; In tegenstelling tot de Omgevingsvisie Buitengebied Nederweert is het toegestaan om bedrijfsgebouwen en woning van elkaar te splitsen; Bij herbestemming van agrarische bedrijfslocaties dient er sprake te zijn van een afwaartse beweging door middel van het verkleinen van het bouwvlak, de sloop van alle overtollige bedrijfsbebouwing en afname van milieueffecten naar de omgeving; Bij bestaande bedrijfslocaties is het uitgangspunt dat de huidige omvang van het bestemmingsvlak de maximale is. Ook hier wordt gestreefd naar een afwaartse beweging; Er mogen in het buitengebied van gemeente Nederweert geen kleinschalige bedrijventerreinen ontstaan; Alleen bedrijvigheid met een milieubelasting lager of gelijk en/of vergelijkbaar met milieucategorie 3.1 zijn toegestaan. Milieucategorie 3.2 en/of vergelijkbaar en hoger wordt, conform Omgevingsvisie Buitengebied, niet toegestaan; Recreatieve en maatschappelijke functies dienen aantoonbaar aan het buitengebied gerelateerd te zijn; Er mag geen sprake zijn van publiekgerichte dienstverlening zoals zelfstandige kantoren met baliefunctie, werkplaatsen gericht op dienstverlening aan particulieren of zelfstandige vormen van (volumineuze) detailhandel;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel