**1.** De belasting wordt geheven van degene, die van enig onroerend goed als bedoeld in artikel 1 het genot heeft krachtens zakelijk recht.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens zakelijk recht aangemerkt hij die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens zakelijk recht was.
**3.** Indien met betrekking tot eenzelfde onroerend goed meer dan één genothebbende krachtens zakelijk recht kan worden aangewezen wordt de aanslag gesteld ten name van een van hen met de toevoeging van de afkorting “c.s.”.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verordening op de heffing van een baatbelasting verharde landwegen nummer 28 in de gemeente Hilvarenbeek