Naar hoofdinhoud
1. Op aanvraag van de belastingplichtige wordt de belasting ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen welke geheven zouden zijn – beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar, waarin de aanvraag wordt gedaan – voor elk van de nog aan te vangen belastingjaren. 2. De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rente van 10½% per jaar. 3. Een aanvraag, als in het eerste lid bedoeld, moet voor 1 mei van het belastingjaar schriftelijk bij Burgemeester en Wethouders worden ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel