Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 23.

Portefeuillehoudersoverleggen

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant 2024

1.. Het portefeuillehoudersoverleg voorziet in een inhoudelijk overlegplatform tussen de deelnemende gemeenten, per regionaal gedefinieerde beleidsportefeuille. Het overleg is gericht op: informatie-uitwisseling over gemeentelijke activiteiten die voor de samenwerkende gemeenten van belang zijn of kunnen zijn; afstemming, bijvoorbeeld strekkend tot aanbeveling van beleid dat gemeenten gemeenschappelijk zouden kunnen voeren, of aanbeveling van maatregelen waarvan vastgesteld wordt dat het in het belang van de regio wenselijk is als de individuele gemeenten die nemen; het ontwikkelen van voorstellen voor projecten die gemeenten gezamenlijk en eventueel met andere partners kunnen uitvoeren; besluiten over projectvoorstellen op het betreffende domein en de besteding van budgetten binnen de, door het algemeen bestuur vastgestelde kaders; het monitoren van de voortgang van projecten voor regionale samenwerking waarvan de portefeuillehouders bestuurlijk opdrachtgever zijn. Het algemeen bestuur stelt portefeuillehoudersoverleggen op onderscheiden beleidsportefeuilles in. 2.. Per deelnemende gemeente neemt in beginsel één lid uit het college van burgemeester en wethouders, zijnde de betreffende portefeuillehouder, deel aan het portefeuillehoudersoverleg. Dit lid kan zich laten vertegenwoordigen door een plaatsvervangend lid uit het college. 3.. Het portefeuillehoudersoverleg wijst een voorzitter aan uit zijn midden. De voorzitter stelt de agenda voor het overleg op en draagt zorg voor het tenminste agenderen van de projecten die zijn opgenomen in de kernagenda en de daarvan afgeleide jaarlijkse begroting met uitvoeringsagenda. 4.. Het portefeuillehoudersoverleg vergadert jaarlijks tenminste vier keer, en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt dan wel minimaal twee leden daartoe schriftelijk onder opgave van redenen verzoeken. 5.. Het portefeuillehoudersoverleg is verantwoordelijk voor het doen van projectvoorstellen en wijst uit haar midden een portefeuillehouder aan die als bestuurlijk opdrachtgever zal fungeren voor het betreffende project. Het projectvoorstel omvat tevens een voorstel voor een ambtelijk opdrachtgever en een ambtelijk projectleider. Het portefeuillehoudersoverleg treedt voor afstemming van de projectopdracht en de bemensing in overleg met de directeur Regio Hart van Brabant, die ten behoeve daarvan in overleg kan treden met de kring gemeentesecretarissen. 6.. De bestuurlijk opdrachtgever van een project rapporteert in elk portefeuillehoudersoverleg over de voortgang van het project en halfjaarlijks aan het algemeen bestuur. 7.. Portefeuillehouders vervullen, op voordracht van het algemeen bestuur, de rol van overheidsvertegenwoordiger in de stuurgroepen die Midpoint Brabant per programma opricht en kunnen vanuit die hoedanigheid, samen met stuurgroepleden die onderwijs en bedrijfsleven vertegenwoordigen, opdrachtgever zijn van Midpoint Brabantprojecten. Betreffende portefeuillehouders zijn daarmee verantwoordelijk voor terugkoppeling aan de collega-portefeuillehouders in elk portefeuillehoudersoverleg over de voortgang van Midpoint Brabantprojecten en de afstemming met Regio Hart van Brabantprojecten. 8.. Ten behoeve van informatievoorziening zijn portefeuillehouders verantwoordelijk voor het verzorgen van rapportage over de overlegresultaten uit het portefeuillehoudersoverleg en over de voortgang van regionale projecten uit de portefeuille aan de eigen gemeenteraad, dan wel de van toepassing zijnde raadscommissie. 9.. Voor de resultaten van het portefeuillehoudersoverleg is, voor zover het regionale project- en beleidsvoorstellen betreft en voor zover het overlegresultaten betreft die financiële consequenties hebben, besluitvorming door het algemeen bestuur nodig voor het maken van een integrale programmatische afweging. Indien en voor zover betreffende besluitvorming de, met de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in de kernagenda en de jaarbegroting afgestemde kaders, te buiten gaat, is tevens besluitvorming nodig door de organen van de deelnemende gemeenten wier bevoegdheden het betreft. Zonder een zodanige besluitvorming worden de deelnemende gemeenten niet door het overlegresultaat gebonden. 10.. Artikel 19 is op de portefeuillehoudersoverleggen van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel