**1..** Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van daartoe strekkende besluiten van het college van burgemeester en wethouders en de raad.
**2..** De opzegging geschiedt met in achtneming van een opzegtermijn van één kalenderjaar.
**3..** De uittreding vindt plaats op 1 januari na het verstrijken van de opzegtermijn.
**4..** De uittredende deelnemer en het algemeen bestuur houden de kosten die verband houden met de uittreding zo laag mogelijk.
**5..** Tot aan de datum van de uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling.
**6..** De deelnemers kunnen afwijken van het eerste tot en met het vierde lid, voor zover toepassing, indien het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
**7..** Het algemeen bestuur brengt, indien sprake is van een afwijking als bedoeld in het zesde lid, een voorstel met daarin de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van de uittreding in procedure bij de deelnemers.
Hoofdstuk 10.
Artikel 32.
Uittreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant 2024