**1..** De wijze van invorderen van de geldwaarde van de ten onrechte genoten individuele maat-werkvoorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget vindt plaats conform artikel 4:92 Awb.
**2..** De vastgestelde geldwaarde zoals vastgesteld in het terugvorderings-/invorderingsbesluit geldt als een opgelegde betalingsverplichting.
**3..** De termijn waarbinnen de terugbetaling moet plaatsvinden is, conform de Awb, in principe 6 weken. Hiervan kan afgeweken worden als, op basis van een vastgestelde betalingscapaciteit conform het gestelde in de leden 4 of 5 van dit artikel, een betalingsregeling wordt getroffen.
**4..** De betalingscapaciteit in het inkomen is gelijk aan het gedeelte van het inkomen dat de beslagvrije voet overstijgt.
**5..** Elk voorstel van de cliënt/zorgaanbieder, waarbij het totaalbedrag van de vordering binnen een termijn van 36 maanden wordt betaald, wordt geaccepteerd.
**6..** Voor zover de cliënt/zorgaanbieder beschikt over vermogen (waaronder wordt verstaan alle aan de cliënt/zorgaanbieder in eigendom toebehorende roerende en onroerende zaken en vermogensrechten) dat nauw samenhangt met de ontstaansgrond van de vordering, wordt teruggevorderd ten laste van het vermogen. Voor zover dat vermogen na aftrek van alle schulden een bedrag van € 1.500,- te boven gaat.
**7..** Bij de vaststelling van de betalingsverplichting wordt rekening gehouden met de bijzondere, financiële en persoonlijke omstandigheden van de cliënt/zorgaanbieder.
Artikel 23b Invorderen
Artikel 23b Invorderen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerkwartier 2024