Om te bepalen of ondersteuning in de vorm van een individuele maatwerkvoorziening voor de cliënt passend en toegankelijk is worden de onderstaande aspecten gewogen en/of getoetst:
Verantwoordelijke gemeente: Heeft de cliënt zijn hoofdverblijf in de gemeente Westerkwartier?
Aard van de beperking of problematiek van de cliënt:
er is sprake van een fysieke beperking dat (medisch) geobjectiveerd is vastgesteld en waar als gevolg daarvan er sprake is van verlies in de zelfredzaamheid of in de participatiemogelijkheden; of
er is sprake van problemen bij het zich handhaven in de samenleving als gevolg van psychische of psychosociale problemen; of
er is sprake van een al dan niet gedwongen verlaten van de thuissituatie.
Aanvaardbaar niveau van het gewenste resultaat (goed genoeg) in de zelfredzaamheid of participatie of het zich handhaven in de samenleving wordt gewogen aan de hand van:
welk niveau past bij de huidige situatie en de mogelijkheden van de cliënt?
welk niveau staat in redelijke verhouding met de situatie van de cliënt voordat er sprake was van een beperking of problematiek?
welk niveau staat in redelijke verhouding tot dat van personen in vergelijkbare omstandigheden en dezelfde leeftijdscategorie die geen beperkingen of problematiek hebben?
welk niveau is minimaal noodzakelijk voor de zelfredzaamheid of participatie dan wel voor het zich kunnen handhaven in de samenleving?
binnen welke termijn dient het gewenst resultaat behaald te zijn?
Eigen kracht: de mate waarin de cliënt en/of de leefeenheid van de cliënt zelf of samen met het sociaal netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen zelf oplossingen kan vinden/heeft gevonden om het aanvaardbare niveau in de zelfredzaamheid of in de participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving te bereiken of behouden.
Gebruikelijke hulp: de mate waarin de cliënt met behulp van gebruikelijke hulp het aanvaardbare niveau in de zelfredzaamheid of in de participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving kan bereiken of behouden. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
personen binnen de leefeenheid van de cliënt zijn in beginsel altijd zelf verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden, de zelfredzaamheid of de participatie of het zich handhaven in de samenleving van de leden van die leefeenheid;
gebruikelijke hulp kent een verplichtend karakter. De leefeenheid hoeft de gebruikelijke hulp niet zelf uit te voeren, maar kan de hulp ook aan derden uitbesteden of met eigen financiële middelen inkopen;
voor gebruikelijke hulp wordt in beginsel geen (aanvullende) ondersteuning vanuit de Wmo geboden;
bij uitval van een persoon binnen de leefeenheid wordt in beginsel eerst zelf zorggedragen voor een herverdeling en overname van de (huishoudelijke) taken, zorg- en begeleidingsactiviteiten;
de bijdrage die van een kind uit de leefeenheid gevraagd kan worden is onder andere afhankelijk van de leeftijd. In het protocol Hulp bij het huishouden Westerkwartier is opgenomen wat kinderen kunnen bijdragen aan het huishouden.
Bij de beoordeling of en in welke mate er sprake is van gebruikelijke hulp worden de volgende aspecten meegewogen:
de aard van de benodigde ondersteuning;
de mate van planbaarheid en uitstelbaarheid van de benodigde ondersteuning;
de frequentie en omvang van de benodigde ondersteuning;
de duur van de benodigde ondersteuning. Is er sprake van een kortdurende situatie met uitzicht op herstel of een langdurende (chronische) situatie waarin extra ondersteuning nodig is.
Gebruikelijke hulp is niet of in mindere mate van toepassing als uit objectief onderzoek blijkt dat personen binnen de leefeenheid niet in staat zijn om (een aantal) taken over te nemen vanwege:
(langdurige) fysieke afwezigheid;
een beperking of beperkte leerbaarheid;
(dreigende) overbelasting, waarbij het evenwicht tussen draagkrachten draaglast onder spanning staat.
Bovengebruikelijke hulp: de mate waarin door de leefeenheid extra hulp kan bieden zonder dat dit (op langere termijn) leidt tot overbelasting of financiële problemen. In beginsel hoeft er dan geen aanvullende ondersteuning vanuit de Wmo te worden ingezet.
Mantelzorg: de mate waarin personen uit het sociaal netwerk van de cliënt bereid en in staat zijn om mantelzorg te bieden. Er dient onderzocht te worden of de mantelzorgers hierbij ondersteuning nodig hebben om (dreigende) overbelasting tegen te gaan. Daarbij dient er gekeken te worden naar gebruikelijke hulp, mantelzorg, werk en de persoonlijke omstandigheden van de mantelzorger(s). Mantelzorg is niet afdwingbaar en mag niet ten koste gaan van (het zoeken naar) werk, inkomen of welzijn van de mantelzorger(s).
Vrijwilligers(werk): de mate waarin de cliënt met ondersteuning van vrijwilligers of door het zelf verrichten van vrijwilligerswerk het aanvaardbare niveau van zelfredzaamheid of participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving kan bereiken of behouden.
Andere voorzieningen: de mogelijkheden van de cliënt om gebruik te maken van algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of voorzieningen vanuit andere wetgeving zoals kinderopvang, zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg, wetten of regelingen uitgevoerd door het UWV of de Participatiewet.
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die in beginsel door de cliënt zelf wordt aangeschaft en bekostigd. Daarbij worden de volgende aspecten meegewogen:
de voorziening is niet specifiek bedoeld voor mensen met een beperking;
de voorziening is daadwerkelijk beschikbaar voor de cliënt;
de voorziening levert een passende bijdrage aan het gewenste resultaat;
de voorziening kan financieel gedragen worden met een inkomen op minimumniveau.
Eerdere verstrekking individuele maatwerkvoorziening: wat is er veranderd ten opzichte van de eerdere verstrekking?
(Medisch) advies inwinnen: er kan een (medisch) advies worden ingewonnen om vast te stellen:
wat de aard en oorzaak van de (ervaren) beperking of problematiek is;
wat de (on)mogelijkheden van de cliënt of leefeenheid zijn in relatie tot de aard van de beperking of problematiek;
wat de noodzakelijke en/of passende ondersteuning is in relatie tot de aard van de beperking of problematiek.
Vorm van de ondersteuning wordt mede bepaald aan de hand van de volgende aspecten:
ondersteuning vanuit het sociale netwerk of met inzet van vrijwilligers waar dat mogelijk is, heeft de voorkeur;
professionele ondersteuning wordt alleen ingezet als dat noodzakelijk is:
een lichte vorm van ondersteuning wordt ingezet waar dat mogelijk is;
een zware vorm van ondersteuning wordt alleen ingezet als dat noodzakelijk is;
de ondersteuning wordt – indien mogelijk – zo kort mogelijk ingezet;
langdurige ondersteuning wordt alleen ingezet als dat noodzakelijk is;
ondersteuning wordt zoveel mogelijk in de buurt ingezet, tenzij ondersteuning op afstand noodzakelijk is;
ondersteuning in groepsverband wordt ingezet waar mogelijk;
individuele ondersteuning wordt alleen ingezet als dat noodzakelijk is;
Goedkoopst adequate voorziening: de mate waarin de voorziening voor de cliënt duurzaam bijdraagt aan het behalen van het resultaat. Zijn er meer mogelijkheden adequaat, dan wordt gekozen voor de, naar objectieve maatstaven, goedkoopste voorziening. Hierbij wordt rekening gehouden met de gebruiksduur en de intensiteit van het gebruik.
Artikel 9
Algemeen toetsings- en afwegingskader
Onderdeel van Nadere regels Wmo gemeente Westerkwartier