Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 21.

Aanwezigheid bij woning en tweede afzetadres

Onderdeel van Verordening bekostiging leerlingenvervoer Den Haag 2024

1. . Indien een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt zijn de ouders verplicht er voor te zorgen dat bij de woning of tweede afzetadres een persoon aanwezig is die in staat is om opvang te bieden ten tijde van het afgesproken tijdstip waarop de leerling wordt teruggebracht. 2. . Indien de ouders niet aan de verplichting van het eerste lid voldoen is het college gerechtigd om de leerling naar een geschikte alternatieve opvanglocatie te vervoeren. Het college zal dan de meerkosten van het vervoer en de kosten van de opvang in rekening brengen bij de ouders. 3. . Van de verplichting in het eerste lid kan slechts worden afgeweken indien de ouders voorafgaand uitdrukkelijk schriftelijk hebben verklaard dat de leerling geen toezicht nodig heeft.

Rechtspraak bij dit artikel