Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 30

Vaststelling jaarrekening

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland

1. . Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast in het jaar volgend op dat waarop zij betrekking heeft. 2. . Zij wordt binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, vierde lid, van de wet genoemde datum met alle bijbehorende stukken aan Gedeputeerde Staten en de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden. 3. . De vaststelling van de rekening strekt degene die belast is met het doen van ontvangsten en uitgaven en het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 4. . In de rekening wordt de door elk der gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. 5. . Voor de berekening van de bijdrage, bedoeld in het voorgaande lid wordt, rekening houdend met eventuele inkomsten uit andere hoofde, uitgegaan van het aantal huisaansluitingen op 1 januari van het jaar waarop de rekening betrekking heeft. 6. . De verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 26, zesde lid betaalde voorschotten en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats binnen een maand na verzending van de in het tweede lid bedoelde mededeling. 7. . Bij de in het voorgaande lid bedoelde verrekening kan geen verrekening plaatsvinden als bedoeld in Boek 6, Titel I, afdeling 12 van het Burgerlijk Wetboek met andere vorderingen van of aan het openbaar lichaam.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel