** 1. .** Een college van een van de deelnemers kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet.
** 2. .** Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Indien in de dienstverleningsovereenkomst niet anders is overeengekomen, geldt de hierna en in artikel 34 opgenomen procedure:
Er wordt een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen.
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan.
Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.
Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.
Hoofdstuk 12
Artikel 33
Uittreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland