Het algemeen bestuur is bevoegd tot alle daden van regeling en bestuur nodig voor de behartiging van het belang van deze regeling en de uitoefening van de bevoegdheden van het openbaar lichaam.
Alle bevoegdheden in het kader van deze regeling, die niet aan een ander bestuursorgaan zijn opgedragen behoren toe aan het algemeen bestuur.
Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot:
het vaststellen en wijzigen van het Risicoprofiel, het Beleidsplan en het Crisisplan;
het vaststellen en wijzigen van de begroting;
het vaststellen van de bestuursrapportages en de jaarrekening;
het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen door strafbepalingen of bestuursdwang te handhaven;
het oprichten of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan.
het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk 12.
Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
Het besluit zoals bedoeld in lid 5 wordt niet genomen dan nadat de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.2
Bevoegdheden
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 2024