Voorafgaand aan het nemen van een besluit van het bestuur worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen indien het een van de volgende besluiten betreft:
Het risicoprofiel, als bedoeld in artikel 15 WVR
Het beleidsplan, als bedoeld in artikel 14 WVR
De kadernota met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders, als bedoeld in artikel 34b WGR
Het dagelijks bestuur biedt de raden de termijn van minimaal acht weken voor het naar voren brengen van een zienswijze.
Tegelijkertijd met de toezending van het definitieve bestuursvoorstel stelt het dagelijks bestuur de raden van de gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Het algemeen bestuur kan besluiten om ook bij andere onderwerpen de raden in gelegenheid te stellen hun zienswijze naar voren te brengen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.5
Zienswijzen
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 2024