Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en minimaal twee andere leden.
De leden en de plaatsvervangende leden worden aangewezen door en uit de leden van het algemeen bestuur.
Een (plaatsvervangend) lid dat ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.
Een (plaatsvervangend) lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen, met dien verstande dat het lidmaatschap in dat geval eindigt op het tijdstip waarop de opvolger in functie is getreden.
De aanwijzing ter aanvulling van een plaats in het dagelijks bestuur geschiedt in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur na het openvallen van die plaats.
Het algemeen bestuur kan een (plaatsvervangend) lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen indien dit lid niet meer het vertrouwen bezit van het algemeen bestuur.
Artikel 49 van de Gemeentewet is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 5
Artikel 5.1
Samenstelling
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 2024