Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Toetsings- en beoordelingscriteria

Onderdeel van Beleidsregel pré-mantelzorgwoningen Noordenveld 2024

Het college kan op grond van artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet juncto artikel 5.36 lid 1 van de Omgevingswet met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken van het (tijdelijke) omgevingsplan en toestaan dat een tijdelijke pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd, met inachtneming van het volgende. 4.1Algemene voorwaarden De zorgontvanger heeft: Minimaal de voor hem/haar geldende AOW-leeftijd bereikt op het moment van de aanvraag. Met het bereiken van de AOW-leeftijd is aannemelijk dat binnen 10 jaar een mantelzorgbehoefte ontstaat; Daarnaast kan (in afwijking van het bepaalde onder a) gemotiveerd worden meegewerkt aan een pré- mantelzorgwoning waarbij de zorgontvanger nog geen AOW-leeftijd heeft. Bij de motivering dient in ieder geval aangetoond te worden dat er een medische indicatie is waaruit blijkt dat binnen 10 jaar een mantelzorgbehoefte ontstaat. Indien hier twijfels over zijn dan kan een onafhankelijk medisch deskundige om een oordeel gevraagd worden. Er dient sprake te zijn van een (duurzame) sociale relatie (bijvoorbeeld familieband) tussen zorgverlener en zorgontvanger, die maakt dat voor elkaar gezorgd wordt. 4.2Ruimtelijke voorwaarden Binnen de bebouwde kom: De pré-mantelzorgwoning kan gerealiseerd worden binnen de bestaande bebouwing (bijbehorend bouwwerk) dan wel binnen de bebouwing die op grond van de in het (tijdelijke) omgevingsplan opgenomen bebouwingsmogelijkheden gerealiseerd kan worden, met daarbij als voorwaarden dat: de pré-mantelzorgwoning gezien haar tijdelijkheid te verwijderen is; de oppervlakte van de pré-mantelzorgwoning maximaal 80 m2 bedraagt; de bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt; en de minimale afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens 1 meter bedraagt. Indien de pré-mantelzorgwoning niet op basis van de onder a genoemde bebouwingsmogelijkheden kan worden gerealiseerd dan kan met een passende onderbouwing, in aanvulling op de bestaande bebouwing, een tijdelijk bouwwerk ten behoeve van pré-mantelzorg in het achtererfgebied worden gerealiseerd. Middels een ruimtelijke onderbouwing moet in het kader van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ duidelijk worden gemaakt dat door de tijdelijke pré-mantelzorgwoning geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het landschapsbeeld alsmede het bebouwings- en straatbeeld; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de woonsituatie; Indien het initiatief met de ruimtelijke onderbouwing als passend wordt beschouwd zijn dezelfde ruimtelijke voorwaarden vereist als onder 4.2 sub a. Buiten de bebouwde kom: Voor het realiseren van een pré-mantelzorgwoning buiten de bebouwde kom gelden de volgende voorwaarden: de pré-mantelzorgwoning is gezien haar tijdelijkheid te verwijderen; de oppervlakte van de pré-mantelzorgwoning bedraagt maximaal 100 m2; de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m; en de minimale afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens 1 meter bedraagt. 4.3Overige voorwaarden Per bouwvlak is ten hoogste één pré-mantelzorgwoning in het achtererfgebied (binnen het bestemmingsvlak) toegestaan. De pré-mantelzorgwoning is levensloopbestendig. Dit houdt in dat de woning is afgestemd op de mogelijke toekomstige zorgbehoefte (zoals rolstoeltoegankelijkheid). Een pré-mantelzorgwoning is enkel toegestaan bij een adres waar op basis van het (tijdelijk) omgevingsplan permanente bewoning is toegestaan en/of plaatsvindt. Het toevoegen van de pré-mantelzorgwoning mag geen aantasting van de omgeving van een beschermd monument; aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen tot gevolg hebben. Voor wat betreft parkeren dient te worden voldaan aan de regels van het bestemmingsplan ‘Parkeren Noordenveld’ waarin wordt getoetst aan de meest actuele CROW-publicatie. De pré-mantelzorgontvanger en/of -verlener dient de bewoners van de aangrenzende percelen te informeren over de plannen voor het plaatsen van de pré-mantelzorgwoning. Indien gewenst kan het college van B&W hiervoor aanvullende eisen stellen in de voorschriften van de omgevingsvergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel