In artikel 19 van de verordening zijn een aantal criteria opgenomen op basis waarvan ouders van de leerling voor aangepast vervoer in aanmerking kan komen. Eén van de criteria verdient enige toelichting, te weten: “Aangepast vervoer kan worden toegekend wanneer door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is, dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is.”
Het reizen naar en van school, en dus ook de begeleiding tijdens dit reizen, is primair een taak van de ouders. Als dat niet mogelijk is dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Als ouders er zelf niet in slagen de begeleiding te leveren kunnen zij daarvoor bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers inschakelen.
In de volgende gevallen kan begeleiding van de leerling tot een ernstige benadeling van het gezin leiden:
Chronische ziekte/handicap bij een of beide ouders aangetoond met een medische verklaring waardoor begeleiding van de leerling niet mogelijk is;
Alleenstaande ouder met meerdere kinderen die nog niet zelfstandig naar school kunnen en begeleiding door anderen niet mogelijk is;
Reistijd van begeleider (heen én terug) meer dan drie uur in het openbaar vervoer (ongeacht of ook daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van het OV om de leerling te begeleiden).
Daarnaast kunnen er andere omstandigheden zijn die maken dat binnen een gezinssituatie dermate problemen ontstaan door het moeten brengen van een kind naar school dat leerlingenvervoer een oplossing biedt. Deze omstandigheden binnen een gezinssituatie moeten, bij voorkeur door het Sociaal Wijkteam Jeugd, worden onderzocht.