In artikel 5 van de verordening is bepaald dat, wanneer onduidelijkheid bestaat over de mogelijkheid van de leerling om (eventueel met begeleiding) met het openbaar vervoer te reizen of de mogelijkheid van ouders om het kind te begeleiden in het openbaar vervoer, het college kan besluiten om een onafhankelijk deskundige in te zetten die adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij wordt gevolgd.
Een onafhankelijk deskundige kan zijn:
het samenwerkingsverband Passend Onderwijs Friesland
Sociaal Wijkteam Jeugd
een medisch specialist
een ambulant begeleider
de Jeugdgezondheidsdienst
de commissie voor de begeleiding, cluster 3 en 4
de commissie van onderzoek, cluster 1 en 2
Het college controleert of er een voldoende beeld is gegeven om tot een afgewogen oordeel te komen over de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig te reizen. Indien dit noodzakelijk wordt geacht door het college, of als ouders hierom verzoeken, kan een (aanvullend) onderzoek worden ingesteld. Het college onderzoekt of het met de beschikbare informatie tot een integrale afweging kan komen, waarbij de leerling centraal staat. Als het college dit noodzakelijk acht, wordt een verdergaand onafhankelijk onderzoek naar de vervoersmogelijkheden van een kind ingesteld. Deze kosten worden door het college gedragen.
Artikel 6.
Advies van een onafhankelijk deskundige
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer De Fryske Marren