Bij het uitzetten van middelen gelden de volgende uitgangspunten:
Overtollige liquide middelen (boven het drempelbedrag) van de gemeente mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden;
Het drempelbedrag is gelijk aan 2,0 % van het jaarlijkse begrotingsomvang met een maximum van € 500.000 Het minimum drempelbedrag is € 250.000,-;
Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5,6 en 8 genoemde voorwaarden;
De gemeente vraagt bij minimaal twee instellingen offertes aan alvorens een uitzetting wordt gedaan. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.