Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt de kasgeldlimiet niet overschreden;
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimieten op rekening courant;
Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekening en deposito’s;
Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 6 (mogelijk aanpassen) genoemde tegenpartijen toegestaan;
De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rente- compensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities.