Naar hoofdinhoud

Artikel 12a.

Regels voor persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 gemeente Heerenveen

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld: aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden, en; voor een zaak: op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; voor diensten: tot ten hoogste 75% van de kostprijs in natura; ten hoogste 50% van de kostprijs in natura, wanneer de ondersteuning wordt ingekocht bij een niet-gekwalificeerde uitvoerder; tot ten hoogste 25% van de kostprijs in natura wanneer de ondersteuning wordt ingekocht bij een persoon uit het sociaal netwerk, tenzij deze persoon als gekwalificeerde uitvoerder kan worden aangemerkt. In het laatste geval is de hoogte van het pgb maximaal 50% van de kostprijs in natura; de hoogte van het pgb is minimaal de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de betreffende cao, plus vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 4.. Het pgb wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten van derden te betrekken. 5.. De hoogte van een pgb voor dienstverlening wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de contractueel overeengekomen index voor de betreffende maatwerkvoorziening in natura; 6.. Het pgb voor dagondersteuning wordt, indien noodzakelijk, verhoogd met de kosten van vervoer ter hoogte van het tarief dat beschikbaar is voor aanbieder van dagondersteuning in natura. 7.. De kostprijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding, of na consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 8.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk maar tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald. 9.. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de controle op de besteding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel