Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Ernstig tekortschieten

Onderdeel van Afstemmingsverordening Inkomensvoorzieningen

1.. De bijstand wordt eenmalig met € 200 verlaagd wanneer de belanghebbende naar het oordeel van het College ernstig is tekortgeschoten in: a. het naar vermogen verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; b. het meewerken aan een voorziening die in het kader van de WWB is aangeboden of die, gezien haar aard en doel, met een WWB-voorziening gelijk is te stellen; c. het verlenen van de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de WWB; d. het betonen van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; e. het op verzoek of onverwijld uit eigen beweging doen van mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. 2.. De inkomensvoorziening wordt eenmalig met € 200 verlaagd wanneer de belanghebbende naar het oordeel van het college ernstig is tekortgeschoten in: het op verzoek van het college  of onverwijld uit eigen beweging doen van mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn recht op een werkleeraanbod of zijn recht op inkomensvoorziening; het desgevraagd aan het college de medewerking verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de WIJ; het meewerken aan het opstellen van een plan met betrekking tot zijn arbeids­inschakeling, waaronder begrepen het meewerken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; het niet stellen van onredelijke eisen in verband met door hem te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren; het meewerken aan het behoud of bevorderen van zijn arbeidsbekwaamheid; het meewerken aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op zijn arbeidsinschakeling; het naar beste vermogen verrichten van de opgedragen werkzaamheden of activiteiten; op advies van een arts zich onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard. In welke gevallen van deze bevoegdheid gebruik gemaakt zal worden, wordt vastgelegd in nadere beleidsregels. 3.. Als de aanspraak op bijstand of de inkomensvoorziening over de maand waarover de afstemming plaatsvindt, minder bedraagt dan de vastgestelde verlaging, blijft de verlaging beperkt tot het bedrag van de aanspraak.

Rechtspraak bij dit artikel