Naar hoofdinhoud

Artikel 23.

Handhaving tijdens het inburgeringstraject

Onderdeel van Beleidsregels inburgering Gemeente Gouda 2024

1.. De gemeente kan een boete opleggen als de inburgeringsplichtige de afspraken in het PIP tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt. 2.. De gemeente kan de asielstatushouder een boete opleggen als hij verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de gekozen leerroute. 3.. Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De inburgeringsplichtige de gelegenheid zijn of haar zienswijze binnen vijftien werkdagen schriftelijk of mondeling aan de gemeente kenbaar te maken. 4.. Mede op basis van de zienswijze bepaalt de gemeente de mate van verwijtbaarheid. Als er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid stemt de gemeente de hoogte van de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1 van het Besluit. 5.. De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel