Het college kan ondersteuning bieden bij het vinden van kinderopvang aan een persoon die gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling, die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt.
Burgemeester en wethouders kunnen een aanvullende financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang boven het wettelijk tarief verstrekken aan de persoon uit het vorige lid. Dit kan indien en voor zo lang er geen passende kinderopvang beschikbaar is en zonder deze kinderopvang geen gebruik gemaakt kan worden van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling. Deze persoon moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden:
deze persoon ontvangt een kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang;
deze persoon ontvangt een ontvangt een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang;
er is geen kinderopvang tegen kosten tot maximaal het wettelijk tarief op korte termijn beschikbaar. Bij de beschikbaarheid wordt ook gekeken of aanwezige kinderopvang in redelijkheid voor deze persoon bereikbaar is;
deze persoon heeft actief gezocht naar kinderopvang tot maximaal het wettelijk tarief en blijft zoeken.
** 3. .** Burgemeester en wethouders geven bij het toekennen van deze aanvullende financiële tegemoetkoming de periode aan waarvoor deze wordt verstrekt.
Hoofdstuk 3
Artikel 11.
Ondersteuning kinderopvang
Onderdeel van Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht