**1..** Burgemeester en wethouders kunnen een ondernemer aanwijzen die belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren.
**2..** Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij de in het vorige lid bedoelde ondernemer. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan deze ondernemer in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren.
**3..** Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af aan de ondernemer, bedoeld in het eerste lid.
**4..** Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal.
**5..** Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.
Hoofdstuk 4.
Artikel 21
Kadavers van gezelschapsdieren
Onderdeel van Afvalstoffenverordening gemeente Utrecht