Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Beoordeling subsidieaanvraag

Onderdeel van Nadere regel subsidie toeleiding naar (bemoei)zorg gemeente Utrecht

De aanvragen die tijdig en volledig zijn ontvangen worden op basis van de volgende criteria beoordeeld en met elkaar vergeleken. Per criterium wordt de aanvraag gewaardeerd met een score die maximaal het aantal punten is zoals hieronder vermeld: Criterium 1: Invulling die gegeven wordt aan toeleiding naar passende zorg. Beoordeling: de wijze waarop invulling wordt gegeven aan outreachend contact leggen/bemoeizorg, vertrouwen opbouwen en toeleiden naar passende zorg en de inzet van ervaringsdeskundigen daarbij (maximaal 40 punten). De beschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze: concreter is in hoe de aanvrager te werk gaat en daarbij onderscheid maakt tussen makkelijker toe te leiden en moeilijker toe te leiden mensen; concreter is in het beschrijven van voorbeelden van outreachend werken die worden toegepast. concreter is in het beschrijven van verschillende manieren waarop contact kan worden gelegd en hoe de subsidiabele activiteit genoemd in artikel 5, lid d daarbij kan helpen. concreter beschrijft hoe en met wie er wordt samengewerkt in de keten. Criterium 2: Invulling die gegeven wordt aan tussentijds vinger aan de pols houden of regelen van overbruggingszorg voor de cliënt als passende zorg niet meteen beschikbaar is. Beoordeling: de wijze waarop de aanvrager laat zien tussentijds ‘vinger aan de pols’ te houden of - indien gewenst door de cliënt en beschikbaar - overbruggingszorg regelt (maximaal 25 punten). De beschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze: concreter aangeeft in welke gevallen en hoe de aanvrager tussentijds vinger aan de pols houdt; concreter maakt welke vormen van overbruggingszorg in voorkomende gevallen inzetbaar zijn om wachttijden voor passende zorg te overbruggen. Criterium 3: Inzicht in de opbouw en de duur van te onderscheiden typen toeleidingstraject, Hieruit moet blijken dat de aanvrager, afhankelijk van de meldingen tot 250 cliënten op jaarbasis kan toeleiden (maximaal 20 punten). Beoordeling: de wijze waarop de aanvrager beschrijft en onderbouwt hoe hij/zij 220 cliënten denkt toe te kunnen leiden naar passende zorg. De beschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze: Een realistischer beeld geeft van de problematiek die van invloed is op de duur van een toeleidingstraject, te onderscheiden naar kortdurende inzet voor het revitaliseren van bestaande zorgcontacten tot intensievere trajecten gericht op het herstellen of realiseren van zorgrelaties; Concreter onderbouwt welk aandeel het regelen van overbruggingszorg of het ‘vinger aan de pols’-deel naar verwachting in beslag neemt als passende zorg niet meteen kan starten. Criterium 4: Efficiënte en effectieve inzet van middelen. Beoordeling: Het gaat hierbij om de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag en de mate waarin er een logisch verband bestaat tussen de activiteiten en de daarvoor benodigde middelen (maximaal 15 punten). In deze realistische begroting geeft de subsidieaanvrager inzicht in de verschillende begrotingsposten, minimaal volgens artikel 6 lid 4 sub b ASV. De efficiënte inzet van middelen/ kosteneffectiviteit wordt beoordeeld op de volgende subcriteria: De hoogte van het gevraagde subsidiebedrag in relatie tot het aantal toeleidingstrajecten. Realistische onderbouwing van de begroting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel