Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Benoeming

Onderdeel van Verordening gemeentelijke ombudsman

1.. De ombudsman en plaatsvervanger worden aangesteld voor zes jaar. 2.. De ombudsman en plaatsvervanger kunnen eenmaal worden herbenoemd. De raad besluit ten minste zes maanden voor afloop van de benoemingsperiode over het al dan niet herbenoemen van de ombudsman en plaatsvervanger. 3.. Benoeming vindt alleen plaats nadat voor de kandidaat-ombudsman en kandidaat-plaatsvervangend ombudsman een Verklaring omtrent het gedrag is afgegeven als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 4.. Jaarlijks vindt er een voortgangsgesprek plaats tussen de werkgeverscommissie, namens het presidium, en de gemeentelijke ombudsman. 5.. De plaatsvervanger vervangt de gemeentelijke ombudsman daadwerkelijk op een datum die de gemeenteraad vaststelt, als de ombudsman voor langere duur zijn functie niet kan vervullen.

Rechtspraak bij dit artikel