**1..** Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
**2..** Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen 2 weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten.
**3..** Bij de rekening wordt een verslag gevoegd over de vorderingen met betrekking tot het programma van werkzaamheden bij de begroting.
**4..** In de rekening wordt het door elk van de gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.
**5..** De kosten worden, rekening houdend met andere inkomsten en met door het algemeen bestuur bestemde c.q. te bestemmen reserves verdeeld naar rato van het inwonertal, volgens publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek op 1 januari van het jaar waarop de kosten betrekking hebben.
**6..** Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 33, derde lid betaalde en het werkelijk verschuldigde, vindt plaats terstond na de vaststelling van de rekening.