Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Hoofdstuk 2.

Artikel 13.

Dagelijks bestuur. Aanwijzing. Aftreding.

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING CURE

1.. De in artikel 12, lid 2 bedoelde leden worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling volgend op de dag van aftreden van de leden van de colleges van de deelnemende gemeenten. 2.. Zij treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur. 3.. Het lidmaatschap van de leden van het dagelijks bestuur eindigt indien men ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. 4.. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. 5.. Het algemeen bestuur kan één of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien deze(n) niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. 6.. Het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die openvallen door ontslag, overlijden of om andere redenen, vindt plaats binnen drie maanden. 7.. Een lid van het dagelijks bestuur kan ter verantwoording worden geroepen door het algemeen bestuur voor het door hem in het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel